Over de wet

Niet elk bedrijf valt onder de EAA — maar de uitzonderingen zijn smal.

De EAA (European Accessibility Act) heeft een brede werkingssfeer: de meeste online verkoopkanalen vallen eronder. Toch kent de wet twee uitzonderingen. Hieronder leest u welke dat zijn, en — belangrijker — hoe beperkt ze in de praktijk zijn.

De hoofdregel: vrijwel elke webshop valt onder de wet.

Voor diensten — webshops, e-commerceplatforms en andere online verkoopkanalen — geldt de toegankelijkheidsplicht in beginsel voor élke aanbieder. De Implementatiewet, de Nederlandse wet die de EAA invoert, maakt daarop maar één categorische uitzondering, plus één route waarop u zich in bijzondere gevallen kunt beroepen. Begin daarom met de aanname dat de wet voor u geldt, en controleer daarna of een uitzondering opgaat. Andersom redeneren leidt vaak tot een verkeerde inschatting. Wat de wet precies inhoudt, leest u op de pagina over de European Accessibility Act.

De micro-uitzondering: minder dan 10 medewerkers én maximaal €2 miljoen.

De wet stelt micro-ondernemingen die diensten aanbieden vrij van de toegankelijkheidseisen. Een micro-onderneming — een heel klein bedrijf in de zin van de wet — voldoet aan beide onderstaande voorwaarden:

  • Minder dan 10 medewerkers. Vanaf de tiende medewerker telt u niet meer als micro-onderneming.
  • Een jaaromzet óf een balanstotaal van maximaal €2 miljoen. Eén van beide financiële cijfers onder €2 miljoen volstaat.

Let op het woordje "én": u bent alléén vrijgesteld als u aan álle twee de voorwaarden voldoet. Een bedrijf met 6 medewerkers maar €5 miljoen omzet is geen micro-onderneming en valt gewoon onder de wet — net zo goed als een bedrijf met €1 miljoen omzet maar 14 medewerkers. (Bron: ACM ConsuWijzer en Ondernemersplein, de voorlichtingssite van de overheid voor ondernemers.)

De uitzondering geldt voor diensten, niet voor producten.

De micro-vrijstelling geldt uitsluitend voor diensten. Biedt u producten aan die zelf onder de EAA vallen — denk aan e-readers, betaalautomaten of bepaalde slimme apparaten — dan moet u voor die producten wél aan de toegankelijkheidseisen voldoen, ook als u een micro-onderneming bent. Voor de meeste webshops is dit niet aan de orde: de webshop zelf is een dienst. Maar verkoopt u hardware die onder de EAA valt, controleer dan dit onderscheid zorgvuldig.

Groeit u over een drempel, dan vervalt de vrijstelling meteen.

De micro-status is een momentopname, geen blijvend recht. Groeit u over een van de drempels heen — u neemt uw tiende medewerker aan, of zowel uw omzet als uw balanstotaal stijgen boven €2 miljoen — dan vervalt de vrijstelling. De wet kent daarbij geen wettelijke overgangsperiode: vanaf het moment dat u de drempel passeert, geldt de volledige toegankelijkheidsplicht.

Voor een groeiend bedrijf is dat een planningsvraag die telt. Wie de toegankelijkheid pas regelt op het moment dat hij de drempel passeert, staat dan met een niet-conforme website en zonder dossier. Het is verstandiger om toegankelijkheid mee te nemen ruim voordat u die grens nadert. Meer over de termijnen en het overgangsvenster leest u op de pagina Deadlines en overgang.

De tweede route: een beroep op onevenredige last.

Naast de micro-uitzondering kent de wet één andere route: een beroep op onevenredige last — de situatie waarin het voldoen aan een specifieke eis voor u onevenredig zwaar of duur zou zijn. In dat geval mag u die eis onder voorwaarden buiten toepassing laten.

Dit is nadrukkelijk geen vrijbrief. De bewijslast ligt volledig bij u: u moet de onevenredige last onderbouwen met een gedocumenteerde beoordeling, en die beoordeling periodiek herzien. U moet de bevoegde toezichthouder informeren zodra u zich op de uitzondering beroept. En heeft u publieke of private financiering ontvangen die juist bedoeld was om toegankelijkheid te verbeteren, dan mag u de uitzondering niet inroepen. In de praktijk is een beroep op onevenredige last vaak bewerkelijker dan de eis gewoon naleven — het is een uitzondering voor echte uitzonderingsgevallen, niet voor ongemak. (Bron: artikel 14 van Richtlijn 2019/882.)

Een uitzondering is geen reden om toegankelijkheid te laten liggen.

Valt u onder een uitzondering, dan bent u juridisch niet verplicht. Maar de zakelijke afweging blijft. Circa 4,5 miljoen Nederlanders lopen tegen online drempels aan; Nederlandse webshops lopen daardoor jaarlijks naar schatting €4,2 miljard aan omzet mis. Een ontoegankelijke website kost u klanten, of de wet u nu raakt of niet. En zodra u over een drempel groeit, verandert "niet verplicht" in "volledig verplicht" — zonder overgangsperiode. Een uitzondering is daarom eerder een adempauze dan een eindpunt.