Over de wet

De Implementatiewet legt vier concrete plichten op uw schouders.

De Implementatiewet toegankelijkheidsvoorschriften producten en diensten — de Nederlandse wet die de Europese toegankelijkheidsregels invoert — is geen samenvatting van goede intenties. Ze beschrijft in artikelen 13 en 14 wat u concreet moet doen. Hieronder leest u wat er staat, in gewone woorden.

Hoe de wet tot stand is gekomen.

De Implementatiewet (ook aangeduid als Stb. 2024, nr. 87) zet de European Accessibility Act om in Nederlands recht. De Tweede Kamer nam de wet op 14 maart 2024 aan zonder stemming (zonder stemming = unaniem). De Eerste Kamer volgde op 2 april 2024 als hamerstuk. Op 15 april 2024 werd de wet gepubliceerd in het Staatsblad en op 28 juni 2025 trad ze in werking.

De wet is een wijzigingswet: ze plakt de Europese verplichtingen vast aan bestaande sectorale wetten. De Telecommunicatiewet, de Mediawet, de Wet handhaving consumentenbescherming, de Wet op het financieel toezicht — ze worden allemaal uitgebreid met toegankelijkheidsplichten. Dat is waarom er meerdere toezichthouders zijn: elke sector valt onder zijn eigen instantie.

Artikel 13(1): uw dienst moet toegankelijk zijn ontworpen.

Het startpunt is art. 13(1): diensten in de wet moeten worden ontworpen en aangeboden in overeenstemming met de toegankelijkheidseisen. De technische maatstaf daarvoor is de norm EN 301 549, die verwijst naar WCAG 2.1 niveau AA — de technische norm waaraan een toegankelijke website moet voldoen. Voldoet uw site aan die norm, dan heeft u de sterkste juridische positie ("presumptie van conformiteit", oftewel de mate waarin uw dienst aan de norm voldoet).

Artikel 13(2): u moet een openbare toegankelijkheidsverklaring publiceren.

Art. 13(2) verplicht u tot het publiceren van een toegankelijkheidsverklaring — een openbaar document waarin u vastlegt hoe toegankelijk uw dienst is. De verklaring moet in elk geval bevatten:

  • Een omschrijving van uw dienst en hoe die aan de eisen voldoet.
  • Een beschrijving van uw bewakingsprocessen — hoe u de toegankelijkheid bijhoudt.
  • Een lijst van bekende tekortkomingen, met alternatieve routes voor gebruikers.
  • De datum van opstelling en de gehanteerde methode.
  • Een feedbackmechanisme: via welk kanaal kunnen gebruikers problemen melden?

De verklaring moet beschikbaar zijn in een schriftelijk én gesproken formaat, én zelf toegankelijk zijn. Ze moet up-to-date worden gehouden zolang uw dienst actief is.

Artikel 13(3): de bewakingsplicht — dit is de kern van het verhaal.

Dit artikel is het minst zichtbare en het meest veeleisende. Art. 13(3) vraagt dat u gedocumenteerde processen opereert die uw dienst blijvend laten voldoen aan de norm — ook wanneer uw dienst wijzigt, en ook wanneer de norm zelf verandert.

Er is géén wettelijke plicht tot een jaarlijkse externe audit. Maar een scan van negen maanden geleden voldoet evenmin. De plicht is procesmatig: u moet aantoonbaar maken dat u doorlopend bewaakt. Geplande kwartaalscans plus extra scans bij elke release zijn een verdedigbare invulling. Eén periodiek rapport is dat niet.

Dit artikel is ook de sterkste juridische rechtvaardiging voor gestructureerde, terugkerende monitoring — niet als product, maar als wettelijke plicht die u zelf heeft te organiseren.

Artikel 13(4): bij een afwijking meldt u dat zelf aan de toezichthouder.

Art. 13(4) bevat een proactieve meldplicht. Wanneer uw dienst niet meer voldoet — ook als u dat zelf constateert — moet u (a) direct corrigerende maatregelen nemen, en (b) de bevoegde nationale autoriteit informeren over de aard van de afwijking en de maatregelen die u neemt.

Voor webshops is die autoriteit de ACM. U zelf de afwijking ontdekken en melden geeft een fundamenteel andere positie dan wanneer die melding via een ConsuWijzer-klacht binnenkomt. Een lopend bewakingssysteem maakt de eerste route mogelijk.

Artikel 13(5): de toezichthouder kan uw documentatie opvragen.

Op redelijk gemotiveerd verzoek kan de toezichthouder alle documentatie opvragen waaruit blijkt hoe uw dienst aan de eisen voldoet. De doorlooptijd voor zo'n verzoek is kort. Gedateerde, ondertekende rapporten in een gestructureerd dossier zijn het antwoord. Mondeling bewijs telt niet.

Artikel 14: een uitzondering voor onevenredige lasten — maar met zware eisen.

Alleen als u kunt aantonen dat een specifieke eis een onevenredige last oplevert, kunt u een beroep doen op art. 14. Maar let op: de documentatieplicht is zwaar. U moet de beoordeling op basis van bijlage VI uitvoeren, vijf jaar bewaren, elke vijf jaar herhalen, en de toezichthouder informeren. Een beroep op onevenredige lasten is niet een uitweg — het is een nieuwe administratieve verplichtingsronde.

De microondernemingsvrijstelling — voor diensten kleiner dan 10 medewerkers.

Heeft u minder dan 10 medewerkers én een jaaromzet of balanstotaal van maximaal €2 miljoen? Dan bent u als micro-onderneming vrijgesteld van de dienstverplichtingen. De vrijstelling geldt niet voor producten. Overschrijdt u één drempel? Dan geldt de volledige plicht.